Toelichting op de z-score

In de week van 25 mei 2009 is er in de media aandacht besteed aan de z-score van pensioenfondsen. Ons pensioenfonds heeft een negatieve score behaald. Hieronder geven we een toelichting op de score en op de zaken die ermee samenvallen.

Hoe werkt de verplichtstelling en waarom bestaat deze?
Een bedrijfstakpensioenfonds kan verplicht worden gesteld voor werkgevers in die bedrijfstak op verzoek van de sociale partners. Werkgeversorganisaties en werknemersorganisaties dienen daartoe een verzoek in bij de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Als het verzoek een voldoende breed draagvlak heeft, honoreert de minister het verzoek van de betreffende sector. Doelstelling hiervan is om de concurrentie op de arbeidsmarkt te verminderen door een eenduidig stelsel van arbeidsvoorwaarden en een groot draagvlak te krijgen voor de opbouw van het pensioen. Een groot draagvlak is van belang om alle risico’s die gepaard gaan met het verzekeren van risico’s van arbeidsongeschiktheid en overlijden, maar ook de opbouw van een ouderdomspensioen, over veel betrokkenen te kunnen delen.

Wat is de z-score en wat zegt dat over de ontwikkeling van de dekkingsgraad van een pensioenfonds?
De z-score is een maatstaf voor hoe het werkelijke rendement van het fonds zich heeft ontwikkeld in vergelijking met het rendement van de gehanteerde benchmark (= normportefeuille). Deze normportefeuille is een weergave van het beleggingsbeleid van het pensioenfonds. Als de z-score negatief is heeft het fonds een duidelijk slechter resultaat behaald dan het resultaat van de gekozen normportefeuille. De gekozen normportefeuille weerspiegelt het beleggingsbeleid van het fonds. Omdat het ene pensioenfonds een ander beleggingsbeleid voert dan het andere kan een slecht / goed resultaat van de z-score niet direct vertaald worden in een goed / slecht absoluut resultaat. Het geeft alleen aan dat het fondsrendement achter is gebleven bij het eigen normrendement. Dat is reden tot zorg, maar op zich beschouwd niet van het allergrootste belang. De ontwikkeling van de financiële positie van het fonds is belangrijker.
 
Het absolute rendement van ons pensioenfonds bedroeg in 2008 (Koek -5,7%, Snoep -5,6%), tegen een normresultaat van (Koek -0,4%, Snoep +0,8%). Vandaar de negatieve z-score in 2008 en de afgelopen vijf jaar. Toch voerde het fonds vorig jaar een voorzichtig beleggingsbeleid vergeleken met veel andere pensioenfondsen. 
Het gemiddelde pensioenfonds behaalde vorig jaar een rendement van -16,6% (bron: WM Universum). Dus ondanks dat ons pensioenfonds ten opzichte van de (conservatieve) normportefeuille een slecht resultaat behaalde, was het rendement van ons fonds ruim 10% hoger dan van het gemiddelde pensioenfonds. Dat effect komt in de z-score niet naar voren. De dekkingsgraad geeft aan wat de verhouding is tussen bezittingen en verplichtingen van het fonds gewaardeerd op marktwaarde. Ondanks het voorzichtige beleggingsbeleid is die dekkingsgraad vorig jaar duidelijk verslechterd, vooral omdat de verplichtingen met ca. 30% in marktwaarde zijn gestegen. Dit blijft voor het bestuur de belangrijkste doelstelling van het gevoerde beleggingsbeleid: het zodanig inrichten van de beleggingsportefeuille dat ook in de toekomst de verplichtingen van het pensioenfonds kunnen worden nagekomen. De z-score geeft in het behalen van die doelstelling nauwelijks inzicht.

Waarom bestaat de z-score?
Marktwerking is een groot goed die door de verplichtstelling wordt ingeperkt. Daar moeten dus wel andere grote voordelen tegenover staan om dat te kunnen rechtvaardigen. Het hof van Justitie in Europa heeft geoordeeld dat de verplichtstelling een goed instrument is om de gewenste solidariteit te kunnen realiseren. Het realiseren van het brede draagvlak kan alleen op deze manier op een voldoende grote schaal bereikt worden. Uiteraard kan een verplichtstelling niet absoluut zijn. Als het systeem niet goed functioneert, moeten er correctiemechanismen zijn. De z-score is een dergelijk mechanisme. Als de performancetoets - die het gemiddelde van 5 jaargangen z-scores meet – negatief is (lager dan nul), ontstaat er een mogelijkheid voor werkgevers om naar alternatieven te kijken en de pensioenregeling toch elders onder te brengen.

Kan ik als werkgever nu het pensioenfonds verlaten?
Ja. Het bpf moet de werkgever vrijstelling geven bij een negatieve performancescore. De werkgever heeft een jaar de tijd om het pensioenfonds te verlaten. Het pensioenfonds kan hier de voorwaarde aan verbinden dat de werkgever een financiële bijdrage betaalt ter vergoeding van het verzekeringstechnisch nadeel.De zelfde regeling kan dan ondergebracht worden bij een verzekeringsmaatschappij, of er kan een eigen ondernemingspensioenfonds worden opgericht. Het is niet mogelijk om de regeling door een ander bestaand pensioenfonds te laten uitvoeren. De werkgever mag de regeling niet versoberen of andere voorwaarden gaan stellen. Er blijft een eis van gelijkwaardigheid bestaan.

Waarom zou ik (als werkgever) bij het pensioenfonds blijven? 
Het is nog maar de vraag of de regeling elders goedkoper uitgevoerd kan worden. Het draagvlak vermindert en de risico’s vergroten daardoor. Ook de uitvoeringskosten zijn bepalend. De uitvoeringskosten zijn bij bedrijfstakpensioenfondsen aantoonbaar lager dan bij een verzekeringsmaatschappij. Ook hoeven pensioenfondsen geen winst te behalen. Pensioenfondsen zijn gebaseerd op het samen delen van risico’s: dat geldt voor de goede en de kwade kansen. Een verzekerde regeling kent een andere systematiek. Daarbij worden de risico’s overgedragen aan de verzekeringsmaatschappij, waarvoor premie in rekening gebracht worden. De premies zijn daardoor hoger. 

Wat gaat het pensioenfonds doen om een te lage z-score in de toekomst te voorkomen?
De mindere performance ten opzichte van het normresultaat werd veroorzaakt door het achterblijven van het rendement in de vastrentende portefeuilles. De posities in deze portefeuilles zijn door de beleggingscommissie opnieuw bekeken. In grote lijnen verwachten we dat het resultaat van deze portefeuilles zich dit jaar wat gaat herstellen, maar geleidelijke afbouw van het risico in deze portefeuilles wordt niet uitgesloten.