Collectieve inkomende en uitgaande waardeoverdracht

Bij de berekening van de collectieve inkomende overdrachtswaarde voor de actieve deelnemers wordt met ingang van 1 januari 2007 uitgegaan van het vaststellen van een voorziening pensioenverplichtingen berekend op basis van de rentetermijnstructuur op het moment van overdracht zoals deze door DNB wordt gepubliceerd, alsmede van de door het Bpf gehanteerde grondslagen. Het gaat hier dan om het vaststellen van de marktwaarde van de nominale verplichtingen zonder rekening te houden met de indexatieverwachtingen van het Bpf.

Voor inkomende waardeoverdrachten wordt in ieder geval een bijdrage in de dekkingsgraad gevraagd bovenop de met de overdracht gemoeide voorziening pensioenverplichtingen, om te voorkomen dat de financiële positie (teveel) verwatert. De bijdrage wordt vastgesteld op de door het fonds benodigde opslag voor vereist vermogen (solvabiliteitsopslag).

Uitgaande collectieve waardeoverdracht van actieve deelnemers
Voor uitgaande waardeoverdrachten van actieve deelnemers wordt de overdrachtswaarde vastgesteld op de voorziening pensioenverplichtingen, berekend op basis van de rentetermijnstructuur op het moment van overdracht zoals deze door DNB wordt gepubliceerd. Het gaat hier dan om het vaststellen van de marktwaarde van de nominale verplichtingen zonder rekening te houden met de indexatieverwachtingen van het Bpf. Er wordt dan derhalve geen aandeel in de dekkinggraad van het Bpf meegegeven bij een uitgaande collectieve waardeoverdracht van actieve deelnemers.

Inkomende collectieve waardeoverdracht van slapers en uitkeringsgerechtigden
Voorts bestaat de mogelijkheid slapers en uitkeringsgerechtigden naar het Bpf te laten overkomen. Hierbij worden de volgende voorwaarden gehanteerd:

  1. inkoop bij het Bpf vindt plaats op basis van de marktwaarde van de geïndexeerde verplichtingen op moment van overdracht (overdrachtsdatum);
  2. de marktwaarde geïndexeerde verplichtingen wordt vastgesteld op basis van de grondslagen van het Bpf en de rentetermijnstructuur zoals gepubliceerd door DNB;
  3. hierbij wordt tevens rekening gehouden met de indexatieverwachting van het Bpf. Dit betekent concreet 1,8% prijsinflatie (Bpf verwacht de komende 15 jaar ongeveer 90% van de totale prijsinflatie die wordt geschat op 2% per jaar te kunnen verlenen). Dit percentage behoeft eventueel aanpassing op het moment dat de inflatieverwachting van 2% niet meer reëel is of dat voor het Bpf de 90% indexatieverwachting bijstelling behoeft;
  4. er wordt bij het vaststellen van de overdrachtswaarde rekening gehouden met de zogenaamde sterftetrend. Dit betekent een opslag van circa 4% op basis van de onder 1 t/m 3 gestelde overdrachtswaarde.

Uitgaande collectieve waardeoverdracht van slapers en uitkeringsgerechtigden
Voor uitgaande waardeoverdrachten van slapers en uitkeringsgerechtigden worden dezelfde voorwaarden gehanteerd als bij een uitgaande waardeoverdracht van actieve deelnemers. Dat wil zeggen dat de overdrachtswaarde wordt vastgesteld naar een voorziening pensioenverplichtingen berekend op basis van de rentetermijnstructuur op moment van overdracht zoals deze door DNB wordt gepubliceerd. Het gaat hier dan om het vaststellen van de marktwaarde van de nominale verplichtingen zonder rekening te houden met de indexatieverwachtingen van het Bpf. Tevens wordt geen aandeel in de dekkingsgraad van het Bpf meegegeven.

Kosten
Het fonds brengt uitvoeringskosten in rekening

Hebt u vragen?
Hebt u vragen over uw aansluiting of over de pensioenregeling Koek? Neem dan contact op met Syntrus Achmea. Zij zijn onze pensioenadministrateur en helpen u graag. Zij zijn op werkdagen bereikbaar van 08.30 uur tot 17.30 uur op 020 - 607 2760.