Veranderingen per 1-1-2006
Per 1 januari 2006 heeft de overheid de belastingaftrek voor het prepensioen en de VUT afgeschaft. Dit heeft gevolgen voor uw pensioenregeling. Wat is er nu precies veranderd? Dat is afhankelijk van uw geboortejaar.
Bent u geboren voor 1 januari 1950? Dan verandert er niets voor u. U blijft onder de pensioenregelingen (ouderdoms- en Tijdelijk ouderdomspensioen) vallen, zoals die tot 1 januari 2006 geldig waren. Het belangrijkste verschil met de nieuwe regeling is, dat u nog gewoon gebruik kunt maken van de prepensioenregeling. U kunt dus gewoon vanaf uw 61e met prepensioen. Ook voor gepensioneerden en niet actieve deelnemers, ongeacht de leeftijd op 1 januari 2005, blijven de oude regelingen gelden.
Let op: als u geboren bent vóór 1 januari 1950 maar op of nà 1 januari 2006 in dienst komt van een bij Bpf Koek aangesloten werkgever, dan wordt u deelnemer in de nieuwe pensioenregeling zoals die geldt voor deelnemers geboren op of na 1 januari 1950.
Bent u geboren op of na 1 januari 1950? Dan verandert dit voor u:
- De TOP-regeling vervalt voor u. De TOP-regeling staat voor Tijdelijk Ouderdomspensioen en verving in 2003 de prepensioenregeling. Het geld dat u hebt opgebouwd binnen de TOP-regeling is natuurlijk van u. Dat gaat naar uw ouderdomspensioen. Dit ontvangt u als u 65 wordt. Het extra geld kunt u ook gebruiken om eerder te stoppen met werken;
- U bouwt pensioen op over het gemiddelde van al uw salarissen die u verdient tijdens uw loopbaan;
- U bouwt ook meer pensioen op: 2,20% van de pensioengrondslag. Dit geld kunt u ook inzetten om eerder te stoppen met werken;
- Het nabestaandenpensioen is op risicobasis verzekerd. Alleen bij overlijden tijdens uw werkend leven krijgt uw partner 56% van het te verwachten opgebouwde ouderdomspensioen. Uw kinderen krijgen dan ook wezenpensioen onder bepaalde voorwaarden. Ook bij uw overlijden tijdens uw pensioen of terwijl u werkzaam bent in een andere sector geldt dat uw partner 56% krijgt. Tenzij u een andere keuze hebt gemaakt. Hiervoor geldt wel dat u een deel van uw eigen ouderdomspensioen inlevert.


















